‘Stengelziekten voorkomen’

Vanuit Zuid-Europa rukken nieuwe plagen in slagorde op richting de zachtfruitteler. Zoals bijvoorbeeld de bruingemarmerde stinkwants.

Het aantal chemische gewasbeschermingsmiddelen neemt af en insecten worden in toenemende mate resistent tegen bepaalde middelen. Ook op het gebied van residuen worden de eisen steeds strenger. Er komen wel steeds meer bestrijdingsmogelijkheden met natuurlijke vijanden of niet-chemische middelen.

Ook kan het gewas op elk moment aangetast worden door schimmels, virussen of bacteriën waardoor de plant verzwakt en stress in de plant ontstaat. Zo komen bij blauwe bes steeds meer stengelziekten en virussen voor. Doeltreffende bestrijding van ziekten vormt een uitdaging gedurende de volledige teelt. Dit vraagt een constante zoektocht naar verbeterde strategieën om de planten gezond te houden.

Inzet bijen en hommels

In de zachtfruitteelt is bestuiving essentieel voor een goede vruchtzetting en vruchtkwaliteit met de inzet van bijen en hommels. In de productieteelten kunnen de bloemen overvloedig veel nectar bevatten, vooral bij vochtige omstandigheden. Bij te veel nectar in de bloemen is de kwaliteit van de bestuiving niet goed, waardoor de vruchten niet goed uitgroeien of krom groeien.

Een gezonde plant is de basis voor een hoge productie. De basis hiervoor wordt gelegd gedurende de opkweek. Bramen- en frambozenplanten worden na de opkweek ingepakt en gekoeld, waarna de planten zo vitaal mogelijk uit de koeling moeten komen. Daarvoor is het secuur ontbladeren om stengelziekten te voorkomen erg belangrijk. Ook de omstandigheden in de kisten, zoals de gasuitwisseling en de vochtophoping, vragen de nodige aandacht.

Of registreer je om te kunnen reageren.