Dilemma’s

Tekstgrootte minusminusplusplus

Arie de Gelder

WUR Glastuinbouw

Arie de Gelder

Onderzoek bij WUR Glastuinbouw

05 mei 2009 - Bij de keuze om niet nog meer vruchten aan te maken speelt de overweging dat we best een zonnige maand april hebben gehad.

In het experiment voor Gewasmanagement bij Geconditioneerd telen, waar we werken met koeling van boven of van onderen, slagen we er goed in om een verschil in temperatuurgradiënt te krijgen. Als de afgekoelde lucht bovenin de kas wordt gebracht, is er vrijwel geen temperatuurverschil tussen boven bij de kop en onder bij de vrucht. Als de koele lucht onderin wordt ingeblazen kan het verschil gemakkelijk 4 oC  zijn met een warmere kop dan vrucht. Over een hele week gemeten komt het verschil dan uit op ongeveer 0,5o C. In productie verwacht je dit terug te zien. Een snellere afrijping als het onderin warmer is, maar zoals ik schreef in de vorige weblog: “Wij moeten staan voor de inhoud”. Dus niet te snel een conclusie trekken. Een eerste dilemma, moet ik dit nu schrijven of niet. Laat ik de productie maar weglaten.

Vruchtgrootte
Een ander dilemma is sturen op kopdikte en/of vruchtgrootte. Vooraf hebben we met de begeleidingscommissie besproken te streven naar een vruchtgewicht van rond de 110-120 gr voor Capricia. Tot nu toe realiseren we dit niet, terwijl de stengeldikte bij de kop met 12 mm royaal is. Op basis van de kopdikte zegt de theorie moet je sneller gaan telen. Daarvoor moet de temperatuur omhoog en wil je meer vruchten aanmaken. Nadeel daarvan is dat de assimilaten, die naar de vruchten gaan dan over nog meer vruchten verdeeld moeten worden. Gevolg is per vrucht minder beschikbare assimilaten en daardoor nog kleinere vruchten. Wat we juist niet willen.

We moeten de verhouding tussen vruchtgrootte en kopdikte daarom op een andere manier beïnvloeden. We houden daarom in de morgen de temperatuur langer laag en hebben de overgang naar de voornacht sterker gemaakt. Hierdoor komt de etmaaltemperatuur lager uit, terwijl de vruchten beter moeten kunnen uitgroeien en de trossteel sterker moet worden. De begeleidingscommissie was vanmiddag tevreden over het effect van deze strategie, waar we dus mee doorgaan. Welke mening heeft u  hierover?

Zonnig of somber
Bij de keuze om niet nog meer vruchten aan te maken speelt daarbij ook de overweging dat we best een zonnige maand april hebben gehad. Als we nu een periode met wat minder weer krijgen en er te veel plantbelasting is komt dit de vruchtgrootte niet ten goede.
 
U merkt, de dilemma’s die een teler heeft komen bij onderzoek op een vergelijkbare manier voor. Over het verloop van het experiment ben ik niet somber gestemd, maar juist positief en zie de komende tijd zonnig is. 



3 Reacties

(Vervolg reactie 'Beste Schipluidenaar')
Vervolgens wil ik reageren op je stelling dat 1.5 oC gemakkelijk te realiseren is en dat dit mogelijk bij ons niet kan. Je stelt terecht dat de temperatuurgradiënt samenhangt met inblaastemperatuur en luchtdebiet, maar je zegt er niet bij welk koelvermogen je wilt realiseren en of dat met gebruik van luchtramen is of juist met luchtramen in gesloten toestand. Als je hetzelfde koelvermogen wilt handhaven, moet je om de temperatuurgradiënt te halveren het luchtdebiet tenminste verdubbelen. Dat kost weer veel meer ventilatorvermogen en dus elektriciteit. Het openen van luchtramen verkleind het effect van de koelinstallatie op de temperatuurgradiënt.
In de praktijk wordt de temperatuurgradiënt klein gehouden, maar de vraag is de installatie dan zijn optimale prestatie levert en de installatie daarop was ontworpen?
Voor de proef bij Wageningen UR is gekozen voor afdelingen die qua vermogen beperkt zijn. We hadden afdelingen kunnen kiezen waar we de temperatuurgradiënt bij een gelijk koelvermogen hadden kunnen verkleinen- grotere ventilatoren, grotere koelblokken-, maar daarvoor is gelet op de onderzoeksvraag bewust niet voor gekozen. De inrichting van een geconditioneerde afdeling kent dus afwegingen of om in de stijl van de weblog te blijven; dilemma’s.

PS Je hebt nu onder een algemene naam een reactie geschreven. Zet de volgende keer gewoon je naam eronder, dan weet iedereen wie heeft gereageerd of reageer rechtstreeks naar mij via e.mail Arie.deGelder@WUR.NL.
Arie de Gelder - 11-05-09 12:39
Beste Schipluidenaar,

Je vraag is of een temperatuurgradiënt van 4 oC representatief is voor te trekken conclusies verwijzend naar de praktijk waarvoor je stelt dat maximaal 1.5 oC gemakkelijk te realiseren is.

De onderzoeksvraag waar we mee bezig zijn, is wat doet een verschil tussen kop- en vruchttemperatuur op de vruchtontwikkeling, en de source-sink verhouding in de plant. Daarvoor moeten we verschillen aanleggen tussen behandelingen. De verschillen zijn het simpelste te illustreren aan de temperatuurgradiënt.
In onderzoek wil je een effect kunnen meten en daarvoor moet je duidelijke verschillen aanleggen tussen behandelingen of een reeks van behandelingen maken. In dit onderzoek is gekozen voor duidelijke verschillen.
Als we een klein verschil tussen de behandelingen realiseren, zal het effect kleiner zijn, nu moet het effect groter zijn. Daarbij kun je dan de vraag hebben of het effect bij 2 oC temperatuur verschil midden tussen 0 oC en 4 oC ligt of meer naar de kant van de 0 oC of meer naar de kant van het effect van 4 oC. Plantkundig is het niet aannemelijk een effect van een temperatuurgradiënt van 2 oC juist positief zal zijn en bij 4 oC dan weer negatief. In de proef komen met minder sterke instraling veel momenten voor dat de temperatuurgradiënt slechts 2 oC is in plaats van de maximale 4 oC. Uiteindelijke meet je het effect van een gemiddeld verschil. Zoals ik in de weblog al schreef is het verschil in gemiddelde slechts 0.5 oC. Volgens mij moet dit juist antwoord kunnen geven op de vraag wat doet de temperatuurverschil tussen kop en vrucht nu met de ontwikkeling. Daarmee moeten we antwoord kunnen geven op een van de vragen die vanuit de praktijktoepassing van geconditioneerd telen is gesteld door Arnold Groenewegen http://www.energiek2020.nu/dummy-pages-dossier/dossier-5/1791.
Arie de Gelder - 11-05-09 12:37
De verticale temperatuurgradient bij het koelen van onderaf is sterk afhankelijk van de inblaastemperatuur en het luchtdebiet.
Indien beide goed gekozen/gedimensioneerd is het goed mogelijk deze, op een dag van maximale instraling, ronde de 1,5°C te houden. Hoe representatief is de door u genoemde 4°C dan? Wellicht dat er met de installatie aldaar niet meer mogelijk is, maar in reeds gerealiseerde GeslotenKas projecten blijkt deze gradient eenvoudig onder de 2°C te houden zijn. In hoeverre beinvloed dat de nog te trekken conclusies?
Schipluiden is Groener - 05-05-09 16:51

Reageer op dit artikel

Naam + Bedrijf *
E-mailadres (wordt niet getoond) *
*
Reactie *
  Velden met een * zijn verplicht

 

Poll

De liberalisering van de energiemarkt is voor mij de afgelopen 10 jaar gunstig uitgepakt.

  • Eens, zonder vrije markt was het slechter geweest
  • Oneens, de keuzevrijheid valt tegen
  • Neutraal, wel gewend aan de voors en de tegens
Bekijk resultaten

Wilt u uw keuze toelichten? Reageer hier.

Weer meer...

half bewolkt met kans op een onweersbui

half bewolkt met kans op een onweersbui

14º - 28º