279 bekeken

‘Drie teelten bladgewassen achter elkaar, maar gemiddeld twee’

Johan Vissers in het Brabantse Rijsbergen plantte woensdag 23 augustus zijn laatste andijvie. De planten van deze en van de voorlaatste planting zijn van het ras Allure.

Vissers zet er nu wat meer per teelt dan in de zomer, om de productie bij een tragere groei toch op peil te houden. “De andijvie die we nu snijden, heeft 7 weken gegroeid, dat zijn mooie kroppen. De laatste planten die de grond in zijn gegaan, zijn pas rond 20 oktober klaar, en die kroppen zijn misschien ook lichter. Het kan dan voorkomen dat je een krop extra in een kist moet doen.”

Twee teeltronden per seizoen gemiddeld

Voorafgaand aan deze andijvieteelt heeft op hetzelfde perceel tot begin april vroege spinazie gestaan, en daarna een teelt met verschillende slasoorten. “Drie teelten achter elkaar gebeurt wel vaker, maar gemiddeld komen we uit op twee teelten in een seizoen. Met groenselderij blijft het altijd bij een enkele planting: vanwege de duur van de teelt, en omdat je na de oogst nogal wat gewasresten overhoudt. Dan nog een teelt erachteraan, dat werkt niet.”

Geen fosfaat

De bemesting voor andijvie als derde teelt bestaat uit een NK-gift aan de basis. “Zo geven we 50 kilo zuivere stikstof per hectare. Geen fosfaat, dat niveau is hoog genoeg.” In de loop van de teelt volgt nog een bijbemesting met magnesammon. “Dat is wel nodig, anders haalt het gewas het einde niet.”

Inpassen groenbemesters

In totaal heeft Vissers er 26 wekelijkse andijvieplantingen op zitten. Alleen vanwege het hete weer in juni ging het enkele weken daarna tijdelijk de verkeerde kant op vanwege schieters. “Ons hoofdras is Anconi. Op zich is dat ras sterk tegen schot, en we hebben goede beregeningsmogelijkheden, maar het schot kwam er toch in.”

De teelt van groenbemesters is beperkt. “Ik heb Japanse haver gehad en ook wel Afrikaantjes. Deze gewassen laten zich lastig inpassen, en ze vragen het nodige werk, ook in de winter en soms ook in het voorjaar. Compost past ons beter en komt de bodem ook ten goede.”

Knolvoetresistente Chinese kool

Chinese kool telen doet Vissers alleen in het voor- en najaar. De najaarsplanting, met het ras Storkin, ging in de eerste helft van augustus de grond in. “We hebben Storkin al wel 10 jaar; het is een fijn ras met een mooi formaat kool. Het is geen bewaarras. Belangrijk voor ons is dat Storkin knolvoettolerant is. Want dat is wel aan de orde. Met de rassenkeus in het voorjaar let ik niet zo expliciet op de weerstand die een ras tegen knolvoet heeft, maar in het najaar wel. We proberen ook altijd vier jaar tussen opeenvolgende Chinesekoolteelten te houden.”

Auteur: Joost Stallen

Of registreer je om te kunnen reageren.