464 bekeken

6/5 ‘We zitten hier hartstikke goed’

Ton van Giessen komt oorspronkelijk uit Hedel, daar teelde hij ook al aardbeien. “Op heel veel kleine perceeltjes. Ik denk dat ik per week wel 1.000 kilometer reed om alles bij te houden.” Bij wijze van spreken dan. Wel was hem duidelijk dat dat wat praktischer moest. Na het nodige zoekwerk vond hij de ideale stek in Baarlo: een buurtschap tussen Marknesse (Flevoland) en Steenwijk (Overijssel). “Een ideale plek, we zitten hier hartstikke goed”, meldt hij vol overtuiging. “We hebben hier een rechte huiskavel van 27 hectare én daarnaast onbeperkt water, met jaarrond met een EC van 0,4 mS.”
Wat de teelt betreft doet Van Giessen nu precies hetzelfde als eerder op zijn oude stek. Met een verschil: in Baarlo is er de plantvermeerdering bijgekomen. “Daar heb ik twee redenen voor; je kunt aan iedere schakel in de productieketen geld verdienen, mits je dat goed doet uiteraard. Tweede reden is dat de kans op de insleep van ziekten en dergelijke nu kleiner is.”

Wachtbedplanten
Hij aardbeien onder glas en op stellingen in de doorteelt, en in de vollegrond met drie gekoelde teelten. Voor alle teeltvormen gebruikte hij in eigen beheer opgekweekt plantmateriaal, en uitsluitend wachtbedplanten. “Dus ook  voor de glasteelten en op stellingen. Anders als met trayplanten is wel dat we de wachtbedplanten na het planten eerst veertien dagen buiten voortrekken. Dat gaat met bovenover beregening. De eerste knop is dan zo’n 10 centimeter gestrekt, en de plant heeft dan voldoende body opgebouwd om elke temperatuur aan te kunnen.” Gunstig in dit verband is de grondsoort: “die is totaal anders dan op het oude bedrijf: zeer opdrachtig, maar nooit te nat. Een nadeel daarvan is dat je in het voorjaar nooit de vroegste bent, want de grond blijft dan relatief lang koud. In het najaar is dat precies andersom, de grond houdt dan langer warmte vast in vergelijking met de grond in Brabant. De wachtbedplanten blijven daardoor veel langer groen, en het heeft effect op de knopaanleg. Dat resulteert erin dat de spreiding gelijkwaardig is aan die van trayplanten. Dat is geen bedachte wijsheid, maar een ervaringsfeit vanwege de eigenschap van deze grond."

Laat
De eerste planting ging op 15 maart de grond in, de tweede een maand later, en de is gepland voor 15 juni, dat is twee maanden na de tweede planting. “Om voldoende tijd te hebben voor het rooien van de verse planten en om wachtbedplanten te maken.”
De planten staan er goed op met een goede verhouding tussen blad en knoppen, maar ze doen er wel lang over”. Je zag vorige week al dat er in een paar dagen heel veel gebeurde, al kom je nog steeds temperatuur tekort. De regen die sinds Koninginnedag is gevallen, is ook prima. Je kunt beregenen wat je wilt, maar dat kan nooit op tegen het effect van natuurlijke neerslag.

Tapijtje
Vandaag wordt er al wel stro ingereden. Aan loonwerkers met stroleggers ontbreekt het niet, vanwege de nabijheid van bollenvelden. “Dat zit dus wel goed, punt is alleen dat ze geen van allen weten hoe stro leggen in aardbeien in zijn werk gaat. In bollen gebeurt dat om de grond te behoeden voor structuurbederf. Met 5 ton stro per hectare heb je het dan wel gehad. Je moet ze vertellen dat voor aardbeien minstens 10 ton per hectare vereist is, en dat dat stro er als een tapijtje in moet komen te liggen.” De vermeerdering staat er evenals de productieteelten ook goed op. “Maar die hebben ook temperatuur nodig. Er liggen nu 2 à 3 ranken per plant.”

Bron: Groenten&Fruit - Auteur: Joost Stallen

Of registreer je om te kunnen reageren.