Vollegrond

Nieuws 1333 bekeken

Witlofrassen bruisen van energie

Witlofrassen als Topscore en Ombline lijken dit seizoen van zichzelf zo veel energiepotentie te hebben, dat ze bij te hoge temperaturen in de trekcel gemakkelijk te snel te ver kunnen uitgroeien. Dat werd woensdag 20 februari duidelijk tijdens de eerste van twee rassenbijeenkomsten van LTO-vollegronbdsgroente.net.

De bijeenkomst vond plaats bij Marco van Aart. Hij trok gelijktijdig met zijn prakkijkras Takine de afgelopen weken acht andere rassen. Van elk ras kwam de helft van de wortels uit de NOP en de andere helft uit Zuid-West Nederland. De toelichting en de cijfers over de trek kwamen van Jack Gerardts van adviesbureau Chicogrow.

De trektemperatuur die Van Aart aanhield voor Takine varieerde van 18 (water) en 17 graden (lucht) aan het begin, tot 16,5 (water) en 15 graden (lucht) tijdens de laatste vier dagen. Met name voor Topscore en nieuwkomer H2171 leidde dit regime tot een zeer snelle groei, met een pittemperatuur die in enkele dagen snel opliep tot 19 graden op dag 21. De pit zat ook behoorlijk hoog. “Het is ook niet voor niets dat Topscore nu vaak wordt geoogst na 17, 18, of 19 dagen. We zien dat ook met Ombline. Het is duidelijk dat dit soort groeikrachtige rassen een matige trektemperatuur vereisen,” meldde adviseur Arie Oomen van Nickerson-Zwaan. Volgens Gerardts had ook Topscore in de proef eerder geoogst mogen worden.

Nieuwkomer H2171 - voor het tweede jaar in beproeving - vertoonde een min of meer vergelijkbare pit- en temperatuurontwikkeling met Topscore, wel met wat minder mooie kroppen. Oomen: “Voor dit ras lijkt hetzelfde te gelden als voor Topscore: rustig trekken komt de kropvorm ten goede houdt er rekening mee dat het ras binnen drie weken geoogst kan worden.”

Enkele bijzonderheden van de overige rassen
Takine: duidelijk minder enthousiaste pitmaker dan Topscore. Gevoelig voor (te) kort loof klappen bij de worteloogst. Op enkele kroppen waren wat verschijnselen van groeipuntbeschadiging te zien.

Ombline: Mooi, compact, niet te veel pit. Evenals Takine gevoelig voor te veel loofverwijdering tijdens het rooien.

Baccara uit de NOP met 1,3 procent N: te snel gegroeid, relatief hoge trektemperatuur gedurende de trek. Baccara uit Zuid-Westen met 0,8 procent N: lagere pittemperatuur, mooi. Fakir: mooie kort lof, pit te hoog. Iets minder productie, maar qua vorm en afwerking prima voor Belgische markt.

Of registreer je om te kunnen reageren.