Vollegrond

Nieuws 1655 bekeken

BLGG: tekort nutriënten in bodem neemt toe

Het tekort aan nutriënten in de bodem neemt zichtbaar toe. Dat stelt BLGG AgroXpertus op basis van analyseresultaten van de laatste tien jaar. Dat kan invloed hebben op de productie en kwaliteit van het gewas.

Striktere mestwetgeving heeft niet alleen effect op stikstof en fosfaat, maar ook op de hoeveelheid sporenelementen in de bodem. Met het oog op het milieu en de oppervlaktewaterkwaliteit wordt sinds de invoering van het Mineralen Aangiftesysteem veel minder (dierlijke) mest aangevoerd op bouw- en grasland. Hierdoor is voor velen het bijbemesten van sporenelementen noodzakelijk om problemen in kwaliteit of productie te voorkomen.

De afname van nutriënten is volgens Arjan Reijneveld, productmanager bij BLGG, goed te verklaren. "Minder aanvoer van dierlijke mest betekent ook minder aanvoer van sporenelementen."

Met kunstmest wordt minder stikstof aangevoerd, noemt Reijneveld als tweede belangrijke reden. "Gewassen nemen een groot deel van de stikstof op in de vorm van nitraat. Dat zijn negatief geladen ionen. Veel sporenelementen, zoals mangaan, zink, koper, kobalt, ijzer, silicium en gedeeltelijk seleen, zijn juist positief geladen. Voor het opnemen van nutriënten door gewassen moeten de hoeveelheid positief en negatief geladen ionen gelijk zijn. Minder opname van nitraat betekent automatisch ook minder opname van sporenelementen."

Vooral zink, ijzer en koper worden minder gevonden. Dit kan direct invloed hebben op de productie en kwaliteit van het gewas. "Een tekort of de afwezigheid van een element kost al snel efficiëntie", benadrukt Reijneveld.

Een (blad-)bemesting kan uitkomst bieden, maar daarvoor is het al te laat als gebreksverschijnselen zichtbaar worden. "Hoeveel er moet worden bemest, is van tevoren vrij zeker vast te stellen door bodemanalyse. Te veel sporenelementen is ook niet goed. Het tussengebied tussen te veel en te weinig bijbemesten is vaak maar klein."

Of registreer je om te kunnen reageren.