Home

Nieuws 366 bekeken

Mogelijkheden vergroeningspremie verruimd

Om te voldoen aan voorwaarden voor de vergroeningspremie zijn in 2017 de mogelijkheden verruimd.

Vergroening is sinds 2015 onderdeel van het huidige GLB-systeem met betalingsrechten. Een deel van de directe inkomenssteun, de zogenoemde vergroeningsbetaling, wordt alleen uitbetaald als aan drie vergroeningseisen is voldaan. Dat zijn:

  • 5% van het bouwland moet als ecologisch aandachtsgebied (EA) ingericht worden;
  • voldoen aan eisen gewasdiversificatie op bouwland;
  • blijvend grasland moet in stand gehouden worden. Deze verplichting geldt alleen in Natura 2000-gebieden op bedrijfsniveau. Voor andere bedrijven is dat tot nu toe alleen een landelijke verplichting die voor afzonderlijke bedrijven nog geen gevolgen heeft.

Voor veel bedrijven is gebleken dat de vergroeningsvoorwaarden geen grote problemen opleveren. Wel is het zaak om goed op te letten of aan de voorwaarden wordt voldaan. De korting kan in 2017 hoger uitvallen dan in de voorgaande jaren.

Dit artikel is een onderdeel van meerdere verhalen over de Gecombineerde opgave op Boerderij.nl. Bekijk alle artikelen.

Verplicht instandhouden van blijvend grasland geldt vooralsnog alleen op bedrijfsniveau in Natura 2000-gebieden. Foto: Hans Hut
Verplicht instandhouden van blijvend grasland geldt vooralsnog alleen op bedrijfsniveau in Natura 2000-gebieden. Foto: Hans Hut

Voor de meeste boeren geldt nog geen individuele verplichting om blijvend grasland in stand te houden. Lees onderaan dit artikel meer hierover.

Vrijstellingen

Voor zowel het ecologisch aandachtsgebied als de gewasdiversificatie is een groot aantal bedrijven vrijgesteld. Dat is onder meer afhankelijk van het areaal bouwland en het aandeel grasland. Biologische bedrijven zijn in ieder geval vrijgesteld. Om te beoordelen of een vrijstelling geldt, heeft RVO.nl stroomschema’s op de website staan. In de Gecombineerde opgave zit bovendien een controle ingebouwd in het scherm Samenvatting GLB/Betalingsrechten en vergroeningsbetaling. Is niet voldaan aan een van de vergroeningseisen, dan komt een melding in beeld. Als een bedrijf is vrijgesteld van de vergroeningseisen wordt de vergroeningspremie wel uitbetaald.

Ecologisch aandachtsgebied

Elke boer kan kiezen met welk pakket hij het ecologisch aandachtsgebied invult. Binnen elk pakket zijn meerdere opties. Voor 2017 gaat het om de volgende pakketten:

❶ de algemene lijst met onder meer stikstofbindende gewassen, vanggewassen en landschapselementen;

❷ duurzaamheidscertificaat:

❸ in 2017 is ook weer collectieve invulling mogelijk. Dit kan alleen met de opties en voorwaarden van de Algemene lijst.

Bij het akkerbouwstrokenpakket en het pakket Veldleeuwerik is een voorwaarde dat bij stikstofbindende gewassen en bij de vanggewassen niet 2 jaar achter elkaar hetzelfde gewas ingezaaid mag worden.

Wijzigingen EA in 2017

Voor de invulling van het ecologische aandachtsgebied (EA) in 2017 zijn de volgende wijzigingen van belang:

  • akkerranden tot maximaal 20 meter breedte.
  • in 2016 heeft de Europese Commissie wijzigingsvoorstellen voor de vergroening opgesteld die vrijwel zeker eind april in werking treden. Nederland wil een onderdeel daarvan in 2017 invoeren: een akkerrand mag tot 20 meter breedte meetellen voor de invulling van het EA. Dat maximum geldt ook voor akkerranden die breder zijn, dan moet wel de hele akkerrand voldoen aan de EA-voorwaarden.
  • met ingang van 2017 is soja (Glycine) toegevoegd aan de lijst met stikstofbindende gewassen voor EA. In dit gewas is het gebruik van stikstofkunstmest niet toegestaan.

Vanggewassen EA ruim opgeven

In de Gecombineerde opgave moet de aanvrager opgeven op welke percelen hij vanggewassen voor EA wil realiseren. Volgens RVO.nl is het daarbij aan te raden om de percelen vanggewassen EA ruim op te geven, voor zover van toepassing.

Geef ruim percelen met vangewassen op als dat wordt gebruikt voor de EA-vergroeningseis adviseert RVO.nl. Foto: Henk Riswick
Geef ruim percelen met vangewassen op als dat wordt gebruikt voor de EA-vergroeningseis adviseert RVO.nl. Foto: Henk Riswick

Geen dubbele financiering

Binnen het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) is dubbele financiering niet toegestaan. Bij dubbele financiering wordt tweemaal voor hetzelfde betaald. Dat kan voor een inspanning zijn, maar ook voor het derven van inkomsten. Het gaat hierbij om de betaling voor vergroening enerzijds en de betaling voor SNL-pakketten of ANLb-activiteiten anderzijds. Dubbele financiering ontstaat bijvoorbeeld als (delen van) SNL- of ANLb-akkerranden ook worden ingezet als EA.

Een (gedeeltelijk) biologisch bedrijf hoeft voor het biologische deel geen percelen als EA op te geven. Wanneer zo’n bedrijf ook bijvoorbeeld SNL- of ANLb-akkerranden heeft, kan wel dubbele financiering worden geconstateerd waardoor eventueel wel een betaling op de SNL of ANLb wordt ingehouden. In zo’n geval moet het biologische bedrijf net als andere bedrijven voldoende andere EA kunnen aangeven om aan 5% EA van zijn bouwland te komen. In dat geval is geen sprake meer van dubbele financiering.

Gewasdiversificatie

Bedrijven die niet zijn vrijgesteld voor gewasdiversificatie moeten minimaal twee of drie gewassen telen. Dat is afhankelijk van de oppervlakte bouwland:

  • meer dan 10 tot maximaal 30 hectare bouwland betekent minstens twee gewassen. Het grootste gewas mag maximaal 75% van de oppervlakte bouwland beslaan.
  • meer dan 30 hectare bouwland betekent minstens 3 gewassen. Het grootste gewas mag maximaal 75% van de oppervlakte bouwland beslaan en de twee grootste gewassen samen maximaal 95%.

Een bijzondere vrijstelling kan gelden voor bedrijven die veel grond ruilen.

Als van het totale areaal bouwland in 2017 meer dan 50% in 2016 niet in gebruik was op het bedrijf en op elk perceel bouwland een ander gewas dan vorig jaar wordt geteeld, dan is het vrijgesteld van gewasdiversificatie. Is dat het geval, dan kan dat opgegeven worden in de Gecombineerde opgave. Als een andere vrijstelling al van toepassing is, is apart opgeven niet nodig.

Voor de teelt van hennep gelden strikte voorwaarden, zoals het verplicht opsturen van officiële etikketten van zaaizaad. Foto: RVO.nl
Voor de teelt van hennep gelden strikte voorwaarden, zoals het verplicht opsturen van officiële etikketten van zaaizaad. Foto: RVO.nl

Etiketten opsturen bij Hennep

Voor bedrijven die hennep telen en daarvoor betalingsrechten willen laten uitbetalen, geldt een aantal bijzondere voorwaarden. Zo moet gecertificeerd zaaizaad van de lijst met toegestane rassen gebruikt worden. Dit jaar zijn de rassen Carmaleonte, Eletta Campana Fibror 79, KC Bonusz en Ratza nieuw toegestane rassen ten opzichte van 2016. De inzaaidatum moet worden vermeld op de Gecombineerde opgave, als de uiteindelijke inzaaidatum afwijkt moet dat worden gecorrigeerd.

Bij een inzaaidatum vóór of op 15 mei moeten de officiële etiketten uiterlijk 15 mei door RVO.nl zijn ontvangen. Wanneer is ingezaaid ná 15 mei moeten de etiketten uiterlijk op 30 juni door RVO.nl zijn ontvangen. Wanneer opnieuw moet worden ingezaaid, moet dat schriftelijk bij RVO.nl worden gemeld. Ook dan moeten de originele etiketten meegestuurd worden.

Hogere korting op vergroeningsbetaling
Als niet is voldaan aan de vergroeningseisen, wordt de vergroeningspremie niet of niet volledig uitbetaald. In 2015 en 2016 was dat nog beperkt tot maximaal het volledige vergroeningsbedrag.
Als voor een klein deel niet wordt voldaan aan de eisen, valt de korting lager uit. Daarbij geldt het volgende:

  • De vergroeningsbetaling is circa 43% van de basisbetaling en is daarom per bedrijf verschillend. De korting is in verhouding tot het berekende vergroeningsbedrag op een bedrijf.
  • Hoe minder een aanvrager aan de vergroeningsvoorwaarden voldoet, hoe minder hectares voor een vergroeningsbetaling in aanmerking komen.
  • Per vergroeningseis kunnen hectaren in mindering worden gebracht waarvoor u een vergroeningsbetaling ontvangt. De korting op de vergroeningsbetaling kan in 2017 maximaal 120% van de vergroeningsbetaling zijn en vanaf 2018 125%.

Kaartlaag blijvend grasland

Voor de meeste boeren geldt nog geen individuele verplichting om blijvend grasland in stand te houden.

Wel moet het grasland met de juiste code opgegeven worden. Om daarbij te helpen, bestaat voor alle percelen een speciale kaartlaag voor blijvend grasland. De blijvend graslandkaart is in 2015 voor het eerst gebruikt.

Bij het opgeven van percelen kan de kaartlaag aangevinkt worden in ‘Mijn percelen’. RVO.nl maakt de kaart door de opgaven van de afgelopen jaren met elkaar te combineren. Voor 2017 zijn de kaart van 2015 en de opgaven van 2016 als uitgangspunt genomen. De geconstateerde gewascodes van de percelen in 2016 zijn met de blijvend graslandkaart 2015 vergeleken, om opnieuw vast te stellen hoeveel jaren een perceel gras is.

Een perceel grasland is blijvend grasland als deze tenminste 5 jaar niet in de vruchtwisseling van het bedrijf is opgenomen. In het zesde jaar is het dan blijvend grasland.

Als een perceel gras minder dan 5 jaar niet in de vruchtwisseling van het bedrijf is opgenomen, dan is het tijdelijk grasland en wordt het gezien als bouwland. Voor een perceel blijvend grasland gelden in 2017 in de Gecombineerde opgave de volgende gewascodes:

  • grasland, blijvend (265);
  • grasland, natuurlijk. Hoofdfunctie landbouw (331);
  • rand, grenzend aan blijvend grasland of een blijvende teelt, hoofdzakelijk bestaand uit blijvend gras (333);
  • rand, grenzend aan bouwland, hoofdzakelijk bestaand uit blijvend gras. (EA: onbeheerd) (334),
    grasland, natuurlijk;
  • areaal met een natuurbeheertype dat overwegend voor landbouwactiviteiten-GLB wordt gebruikt (336).

Hoe teken ik een perceel in? Welke subsidies kan ik aanvragen? Krijg antwoorden op uw vragen over de Gecombineerde opgave tijdens het gratis webinar op 6 april.

Of registreer je om te kunnen reageren.