Home

Nieuws 795 bekeken

Extra geld nodig voor energiedoelen

De doelen voor duurzame energie zijn zonder extra geld niet te halen.

Met de huidige inzet is 14 procent duurzame energie in 2020 en 16 procent in 2023 niet realistisch. Sleutelen aan het belangrijkste instrument, de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE+), biedt onvoldoende soelaas, omdat deze regeling op hoofdlijnen goed werkt.

Het zijn conclusies uit een rapport van de Algemene Rekenkamer over het energiebeleid: 'Stimulering duurzame energieproductie (SDE+) – haalbaarheid en betaalbaarheid van beleidsdoelen' dat donderdag is gepresenteerd. In het rapport wordt minder belastingvoordeel voor energiegebruik in de tuinbouw en grootverbruikers genoemd  als alternatieve optie om doelen toch te bereiken.

Extra geld voor windmolens op zee

Om alsnog de doelen die zijn afgesproken met andere EU-landen en onderdeel zijn van het nationale Energieakkoord te bereiken, moet de minister van Economische Zaken (EZ) op korte termijn besluiten nemen. De Rekenkamer noemt als effectieve optie om €13 miljard extra te reserveren voor windmolenparken op zee. Dat komt bovenop de €59 miljard die daar tot 2023 al voor gereserveerd zijn en komt neer op €65 tot €100 per Nederlands huishouden.

Kamp wacht op evaluatie Energieakkoord

Minister Henk Kamp van EZ wil voor het nemen van besluiten de resultaten afwachten van de evaluatie van het Energieakkoord. Deze evaluatie zal in 2016 plaatsvinden. Wel heeft hij toegezegd te zorgen voor een betere informatievoorziening aan de Tweede Kamer.

De subsidieregeling SDE+ zit op hoofdlijnen goed in elkaar volgens de Rekenkamer. Toch zal de regeling naar verwachting in 2020 34 procent minder duurzame energie opleveren dan de minister van EZ in 2013 voorzag door een lagere productie in de praktijk. Het ministerie houdt met deze 'onderproductie' geen rekening bij het opstellen van budgetten. De energieproductie valt onder andere tegen door het moeilijk voorspelbare karakter van aardwarmte en de beperkte beschikbaarheid van goede biomassa.

Energieproductie bepaalt subsidiebedrag

Eind 2013 waren 1.787 projecten voor energieopwekking goedgekeurd en heeft het Rijk zich verplicht tot €6,2 miljard aan SDE+-subsidies. Deze worden pas uitbetaald als een project daadwerkelijk hernieuwbare energie opwekt. Valt de energieproductie tegen, dan betaalt de rijksoverheid minder subsidie. De jaarlijkse uitgaven via de SDE+-regeling en voorgangers lopen naar verwachting op van circa € 750 miljoen in 2015 naar € 3 miljard in 2025.

Probleem met prijzen biomassa

Voor biomassa speelt binnen SDE+ wel een prijzenprobleem. Dat is bekend bij het Ministerie van EZ, stellen de onderzoekers. In de SDE+ 2015 heeft het ministerie éénmalig besloten het basisbedrag voor mestcovergisting niet aan te passen aan gestegen biomassaprijzen. Enerzijds ligt structurele verhoging van de basisbedragen (en daarmee ook van de subsidies ) voor de hand. Maar dat zou een spiraal in werking zetten: hogere subsidie zou de verkopers van biomassa weer aanzetten tot het vragen van hogere prijzen. Vanuit de biomassasector wordt bovendien gewezen op het prijsopdrijvend effect dat zou ontstaan op de vergistbare biomassa als voor nieuwe installaties een hogere SDE+-vergoeding kan worden verkregen dan voor bestaande installaties. De bestaande installaties zouden dan failliet gaan.

Of registreer je om te kunnen reageren.