Home

Nieuws 795 bekeken

Bom onder plattelandswoning

De plattelandswoning in het bestemmingsplan biedt geen zekerheid voor agrarische bedrijven. Voor bewoners van de plattelandswoning gelden dezelfde luchtkwaliteitseisen als voor bewoners van andere burgerwoningen in het agrarisch buitengebied.

Met die uitspraak zet  de Raad van State een streep door een deel van de bedoeling van de plattelandswoning, die door de Tweede Kamer is ondergebracht in de regels voor ruimtelijke ordening.

De Raad van State kwam tot zijn uitspraak in een zaak over een plattelandswoning in het Limburgse Weert.

Met de invoering van de plattelandswoning kan wel de  illegale bewoning worden gelegaliseerd,  maar  daarmee  is niet tegelijkertijd verzekerd dat de betrokken ondernemer gevrijwaard is van extra eisen op het gebied van de luchtkwaliteit (zwaveloxide, lood, koolmonoxide,  benzeen, stikstofoxiden en fijnstof). Vrijwaring van extra eisen op gebied van geur of geluidhinder kan wel worden geregeld met de introductie van de plattelandswoning.

Jurist Paul Bodden zegt dat de belangen van de agrarisch ondernemer niet worden geborgd met de plattelandswoning. Dat komt doordat Europese regelgeving voor luchtkwaliteit en schone lucht niet toelaat dat burgers niet worden beschermd tegen schadelijke stoffen in de lucht in hun eigen woning. Voor bedrijfswoningen gelden andere normen, bedrijfswoningen worden beschouwd als ruimten die niet toegankelijk zijn voor het publiek.

Bodden ziet geen juridische mogelijkheden om dit anders te regelen.  Zolang burgers in de plattelandswoningen geen bezwaar maken tegen ontwikkelingen van een aanpalend bedrijf zijn er echter geen problemen.

Advocaat Joost de Rooij zegt dat het jammer is dat de Raad van State hiermee de plattelandswoning in feite aan de kant zet.  "Met de plattelandswoning werden een hoop knelgevallen weggenomen, die nu weer ontstaan."

De plattelandswoning is enkele jaren geleden gecreëerd als oplossing voor vrijkomende agrarische bedrijfswoningen, die werden betrokken door burgers die geen binding hebben met het agrarische bedrijf waartoe de woning behoorde. Met de plattelandswoning werd illegale bewoning gelegaliseerd, zonder dat het betrokken bedrijf  daar hinder van zou ondervinden, was de gedachte. Omdat voor bedrijfswoningen andere  ruimtelijke eisen gelden dan voor burgerwoningen, werd de plattelandswoning geïntroduceerd als tussenvorm.

De gemeente Weert  heeft in het bestemmingsplan Buitengebied  de plattelandswoning opgenomen. Daartegen is bezwaar gemaakt.

In het specifieke geval gaat het om een  woning bij een varkensbedrijf.  De varkenshouder vreesde dat de  plattelandswoning hem zou kunnen belemmeren in de ontwikkelingen, omdat  voor de bewoners ook gegarandeerd moet zijn dat ze  beschikken over schone lucht.

De gemeenteraad van Weert was het daarmee niet eens.

Of registreer je om te kunnen reageren.