Doorgaan naar artikel

‘Nederlandse kas in Mongolië zaak van lange adem’

Nederlandse en Mongoolse overheidscontacten bereiden een Nederlands glastuinbouwproject voor, maar het lijkt een kwestie van lange adem voordat de teelt goed van de grond kan komen.

De belangstelling van Mongoolse zijde voor de Nederlandse agroproductie- en het distributiesysteem is groot en de regering in de hoofdstad Ulaanbaatar is vast van plan het land te gaan

ontwikkelen en duurzame werkgelegenheid te scheppen voor de bevolking. Er 20 miljoen euro beschikbaar uit een fonds (het GenghisKahn-fonds dat met mijnbouwopbrengsten wordt gevuld), maar maar men schrok van de enorme investeringen

die hiermee gemoeid zijn en de risico’s die vervolgens in de teelt en op de markt aan de orde zijn, stelt landbouwraad in China Marinus Overheul.

De indruk leeft bij Overheul dat projecten op termijn alleen maar kans van slagen hebben met ten minste 5 jaar (teelt) begeleiding en zeker de eerste 3 jaar met Nederlandse projectmanagers en trainers ter plaatse. Ook zal er gewerkt moeten worden aan vakopleidingen en vakkundige advisering van Mongoolse overheid en bedrijven die projecten gaan doen. Complicerende factoren zijn daarbij de complexe besluitvorming in Mongolië en de bereidheid om op langere termijn te betalen voor training van personeel. Dat is nodig, omdat de Mongolen door hun nomadenbestaan niet gewend zijn groente te telen op één locatie, stelt Overheul in een uitgave van Berichten Buitenland van het ministerie van EZ.

Wel lijken financiële mogelijkheden voor deelname aan projecten. Zo is FMO-bank mogelijk geïnteresseerd om projecten te financieren met zogenoemde ‘zachte’ leningen, als er sprake is van een private investeerder in het project die minimaal 25 procent van het project financiert en daarbij ook de benodigde kennis in huis heeft. Centraal in het plan staat dat voor beide sectoren op demonstratiebedrijven boeren en tuinders in praktijk geschoold kunnen worden.

Share this

Gerelateerde artikelen

Beheer
WP Admin