Home

Achtergrond 474 bekeken

‘We accepteren niet meer dat er iets mis kan gaan’

Volgens biochemicus Martijn Katan, gepensioneerd hoogleraar Voedingsleer aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, is het Nederlandse voedsel veilig.

Het directe gevaar van fipronil in eieren waarover in de laatste weken een groot voedselschandaal ontstond, is volgens Katan vrijwel nihil. Vergeleken met andere gevaren in en om het huis is het effect van fipronil volledig verwaarloosbaar. Hij betreurt het steeds verder aanscherpen van de eisen voor contaminanten in voedsel. “Iedereen is zich in dit soort situaties aan het indekken, dat is een soort veramerikanisering. We accepteren niet meer dat er iets mis kan gaan.”

U heeft het gevaar van fipronil in eieren vergeleken met de effecten van één druppel rode wijn. Hoe kan er dan toch zoveel ophef ontstaan?

“De NVWA zei dat er acuut gevaar voor de volksgezondheid was, natuurlijk worden mensen dan bang. Zo’n crisis wordt ook aangegrepen door mensen die zorgen hebben over de voedselproductie, zeker over dierlijke productie. Denk aan de klimaateffecten, broeikasgassen en dat dierlijke producten niet altijd de gezondste keus zijn. Die zorgen zijn terecht, maar dat staat los van fipronil. Er komen hopen mensen bij de spoedeisende hulp door keukentrapjes en niemand door fipronil in eieren. Ook een heggenschaar is veel gevaarlijker.”

Maar de normen zijn overschreden, dan is ingrijpen toch terecht?

“Natuurlijk, ChickFriend moet aangepakt worden als ze knoeien met verboden stoffen. Leghennenhouders die gebruik hebben gemaakt van de diensten van dat bedrijf moeten ook kritisch bekeken worden. Maar dat staat los van het effect van die eieren op de gezondheid. We kunnen bedrijven niet zomaar hun gang laten gaan, daarom zijn er wettelijke normen, maar er is geen wetenschappelijke bewijs dat je boven de norm ziek wordt.”

Prof. dr. Martijn Katan (71) is gepensioneerd hoogleraar Voedingsleer aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij schreef diverse boeken over voeding en schrijft een column in NRC Handelsblad. - Foto: Paul Dijkstra
Prof. dr. Martijn Katan (71) is gepensioneerd hoogleraar Voedingsleer aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij schreef diverse boeken over voeding en schrijft een column in NRC Handelsblad. - Foto: Paul Dijkstra

“Bij fipronil is net als bij de meeste chemische stoffen in eten de norm gebaseerd op de hoogste dosering die een rat kan verdragen zonder ziek te worden. Dat wordt dan omgerekend naar het gewicht van de mens en voor de zekerheid nog gedeeld door 100. Het idee daarachter is om de norm zo streng te maken dat daaronder in elk geval iedereen veilig is. Maar daarboven? Sommige mensen hebben per ongeluk of met opzet hoeveelheden fipronil ingenomen van duizenden keren de norm. Ze zijn daar hoogstens een dag beroerd van geweest. De norm is dus extreem streng.

Is het Nederlandse voedsel veilig?

“Wat je in de winkel koopt is vrijwel altijd veilig. Gif in eten en drinken is voor Nederlanders niet aan de orde. Daar zijn wel twee belangrijke uitzonderingen op. Ten eerste allerlei kruidengeneesmiddelen en supplementen, bijvoorbeeld om af te vallen, voor de erotiek of voor de spiervorming. Daar zit vaak gif in zoals lood, cadmium, kwik of illegale geneesmiddelen. De NVWA doet zijn best dit allemaal te controleren, maar er is haast geen beginnen aan. De tweede uitzondering is alcohol, dat is kankerverwekkend. Maar we accepteren dat risico, dat doe ik zelf ook regelmatig als ik een glas wijn drink.”

U noemt de NVWA. Wat communicatie betreft krijgt de NVWA het er flink van langs. Bijvoorbeeld over de topman die begin augustus in Nieuwsuur verklaarde dat het beter was om een weekje geen eieren te eten tot er meer duidelijkheid zou zijn. Dat werd later weer afgezwakt. Ook is er veel verwarring over de normen. Wat gaat er dan mis?

“De NVWA doet het op zich uitstekend met de veel te beperkte middelen die ze hebben. In de communicatie is het wel fout gegaan. Deze man hadden ze nooit naar Nieuwsuur moeten sturen. Hij deed braaf zijn best om vragen te beantwoorden, maar de interviewer zette hem zo onder druk dat hij ging hakkelen. Daarna werd zijn uitgelokte uitspraak ‘Als iemand zegt dat hij kan leven zonder een ei te eten tot zondag, zou ik dat aanraden’ kritiekloos door de media overgenomen en eindeloos herhaald.”

‘Als je bij fipronil spreekt van ‘een acuut gevaar voor de volksgezondheid’, wat zeg je dan als er een keer echt iets ergs aan de hand is?’

Maar er is toch ook een probleem?

“Ja, in sommige monsters zat kennelijk veel meer dan erin mag zitten, maar deskundigen betwijfelen of iemand zelfs van die hoeveelheid iets kan krijgen. Moet je dan spreken van ‘een acuut gevaar voor de volksgezondheid’? Wat zeg je dan als er een keer echt iets ergs aan de hand is?

De andere kant is natuurlijk dat er in het verleden problemen te laat aangepakt zijn, zoals bij de Q-koorts. Misschien is de NVWA zich net als iedereen aan het indekken tegen mogelijke claims, ik zie dat als een veramerikanisering van onze maatschappij. We accepteren niet meer dat er ergens iets mis kan gaan. Daarom worden de normen steeds scherper gesteld.”

Spelen economische belangen een rol bij de aanpak door instanties zoals de NVWA?

“De NVWA is tegenwoordig ondergebracht bij het ministerie van Economische Zaken. Dat is niet goed, wat mij betreft gaan ze terug naar Volksgezondheid. Dan kunnen ze misschien ook meer doen aan producten als sigaretten en alcohol onder 18 jaar. Dat is pas echt schadelijk en daar zou ik wel meer actie willen zien van overheidsinstanties. Het toezicht is te veel verzwakt. Voor grote bedrijven is dat minder een probleem. Zij hebben de kwaliteitsbewaking goed op orde. Ook de grote retailers als Albert Heijn houden dat heel scherp in de gaten. De Campina’s en Unilevers voelen een verantwoordelijkheid richting hun klanten, weet ik uit eigen ervaring, en ze hebben de organisatie en de middelen om dat waar te maken.

Dat kan bij kleine spelers anders liggen zoals nu bij eieren, maar eerder ook bij vlees en vis. En die supplementenwinkeltjes zijn helemaal erg. Maar controle vanuit de overheid blijft ook bij de grote bedrijven noodzakelijk.”

‘Die gifstoffen snapt geen mens, maar als het gaat om gezond eten zijn mensen gevoelig voor wat de wetenschap zegt’

Er wordt over fipronil en andere schandalen nogal gegoocheld met cijfers, ook bij voedsel in het algemeen. Heeft de consument wel genoeg kennis van zijn eten en drinken?

“Die gifstoffen snapt geen mens. Maar als het gaat om gezond eten zijn mensen gevoelig voor wat de wetenschap zegt, bijvoorbeeld dat volkorenbrood gezonder is dan wit brood. De hoogopgeleiden pakken dit het eerst op en uiteindelijk kan dat breed aanvaard worden. Betrouwbare kennis over voedsel is makkelijk te vinden via het Voedingscentrum, en voor de wetenschappelijke achtergrond kun je terecht bij de Gezondheidsraad.”

In hoeverre is het correct dat suiker steeds meer in de ban gaat, zijn dat veranderde inzichten?

“Tja, gezondheidsproblemen verschuiven met de jaren. In de schrale jaren dertig van de 20e eeuw was calorierijk voedsel goed voor uitgehongerde kinderen. Nu in tijden van overvloed is het probleem vetzucht en daar spelen suikerrijke dranken, snoep en koek aantoonbaar een grote rol. Je ziet ook producten verschuiven van goed naar minder goed of slecht. Vruchtensappen werden eerder als gezond beschouwd vanwege vitamine C. Maar tekorten aan vitamine C bestaan niet meer, er is nu meer aandacht voor calorieën en daarom worden vruchtensappen als ongezond beschouwd vanwege de suiker.”

Hoe zit dat dan met boter, is dat nu weer gezond gezien het sterk gestegen verbruik?

“De wetenschappelijke adviezen zijn dezelfde als tientallen jaren geleden: zachte margarine is gezonder dan boter. De omstandigheden zijn nu wel anders. Wetenschappelijk is algemeen aanvaard dat een hoog cholesterolgehalte het risico op hart- en vaatziekten verhoogt, net zo goed als een longontsteking te genezen is met antibiotica. Maar hart- en vaatziekten zijn veel minder een probleem dan 50 jaar geleden. Toen hadden veel mannen onder de 60 hartinfarcten, nu is dat verschoven naar boven de 80 jaar. Dat komt door het eten van minder dierlijk vet, maar vooral door het massaal gebruik van pilletjes tegen hoog cholesterol en hoge bloeddruk.

De wereldwijde zuivelindustrie is tien jaar geleden heel gericht begonnen aan het verbeteren van het imago van boter, onder meer door wetenschappelijk onderzoek te subsidiëren waarvan ze hoopten dat het geen verband zou laten zien tussen boter en hartinfarct. Dat lukte inderdaad. Dat is opgepakt door de media, inclusief de sociale media, en dat heeft denk ik de boterverkoop gestimuleerd.”

Zijn biologische producten gezonder dan reguliere producten?

“Alleen in de antibiotica zat altijd een groot verschil. Dat gebruik was schandalig hoog in de reguliere veehouderij. Inmiddels is dat flink teruggedrongen, zeker van voor de mens kritische soorten antibiotica. Dat heeft de Autoriteit Diergeneesmiddelen geweldig gedaan, dus het verschil tussen reguliere en biologische veeteelt is flink afgenomen. Wat je nog wel kunt zeggen, is dat in oude graanrassen van nature wat meer mineralen voorkomen zoals ijzer. Maar veel maakt het niet uit.

Biologische landbouw biedt wel uitzicht op een betere omgang met dieren, milieu en klimaat, maar voor het klimaat is het belangrijker dat we minder vlees eten, biologisch of niet-biologisch. Als het fipronil-schandaal leidt tot minder vlees eten is het nog ergens goed voor geweest.”

Of registreer je om te kunnen reageren.