Home

Achtergrond 222 bekeken

Etiket of Activiteitenbesluit? De strengste eis geldt

Wat als bij gewasmiddelen de restricties op het etiket en in het Activiteitenbesluit verschillen? Dan geldt de strengste restrictie.

Dat meldt het College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (Ctgb). Het Ctgb maakt dit bekend omdat per 1 januari 2018 het nieuwe Activiteitenbesluit ingaat en volgens het Ctgb in de praktijk onduidelijkheid is ontstaan over de vraag of de restricties van het etiket of die van het Activiteitenbesluit leidend zijn.

Nieuwe Activiteitenbesluit

In het nieuwe Activiteitenbesluit is onder meer vastgelegd:

  • de zuiveringseis van 95% voor de glastuinbouw,
  • de plicht om op het hele perceel spuittechnieken te gebruiken die de spuitnevel (drift) met minimaal 75% beperken, en
  • de indeling in DRT-klassen (Drift Reducerende Technieken).

Het kan dus zijn dat bij een bepaald middel het middelenetiket een driftreductiedop van 90% voorschrijft, terwijl in het Activiteitenbesluit een driftdop van 75% volstaat. Maar andersom kan ook: dat het etiket een 50% driftreductiedop voorschrijft, terwijl het Activiteitenbesluit wederom een 75% driftreductiedop voorschrijft.

Strengste eisen gelden

De stelregel is dus dat voor elk toegelaten middel de strengste eisen gelden, legt Joost van de Gevel, woordvoerder bij het Ctgb uit. Dit kunnen algemene bepalingen uit het Activiteitenbesluit zijn, die niet op het etiket staan, maar ook restricties vanuit de risicobeoordeling door het Ctgb, die wel op het etiket staan.

‘Beoordeling van middelen gaat op veiligheid voor mens, dier en milieu’

Het Ctgb heeft de middelen beoordeeld op veiligheid voor mens, dier en milieu. Dus om het water te beschermen, maar ook planten en dieren op de oevers.

Het Activiteitenbesluit richt zich echter alleen op bescherming van het water: de driftreductiemaatregelen zijn vastgesteld voor reductie van de spuitnevel op het wateroppervlak. Daardoor dekken bepaalde driftreductieklassen wel het risico voor waterorganismen af, maar niet noodzakelijkerwijs de risico’s voor niet-doelwit planten en niet-doelwit dieren (sluipwespen, roofmijten en spinnen, de natuurlijke vijanden van plaaginsecten zoals bladluis). Het Ctgb blijft daarom technieken voorschrijven om de drift te beperken als de driftreductieklassen uit het Activiteitenbesluit niet volstaan. Vanwege de veiligheid geldt de strengste driftreducerende eis.

Aanpassen etiketten

Het Ctgb zal etiketten van bestaande middelen niet automatisch aanpassen. Voor wijzigingen van het etiket moet de aanvrager een wijzigingsaanvraag indienen. Het Ctgb streeft ernaar een zo eenduidig mogelijk etiket te voeren. Dat betekent voor middelen die tussen nu en maart 2018 in het college worden besproken, dat het Ctgb de etiketten zal controleren op door het Activiteitenbesluit overbodig geworden zinnen.

Vanaf 1 maart 2018 schrijft het Ctgb een DRT-klasse voor op het etiket, tenzij blijkt dat dit de risico’s onvoldoende afdekt óf de aanvrager van het middel uitdrukkelijk om een specifiek techniekvoorschrift heeft verzocht.

Of registreer je om te kunnen reageren.