Artikel

Beregenen met oog voor grond en gewas

0 49 Algemeen

In het voorjaar, de zomer of de herfst, tijdens de groeiperiode van de gewassen, zijn er momenten dat planten niet over voldoende vocht kunnen beschikken en beregening noodzakelijk is. Beregenen, met welke installatie dan ook, kost geld en arbeid. Omdat het onttrekken van grondwater aan regels is gebonden en soms heffingen betaald moeten worden, is het raadzaam zo efficient mogelijk om te springen met water. Naast provinciale verordeningen is er de landelijke grondwaterbelasting, bij een jaarlijkse onttrekking per bedrijf meer dan 40 duizend kubieke meter. Dit is aan de orde bij grotere bedrijven en bij intensieve teelten op lichtere gronden. Rekenen aan vochtvoorraadBij efficient beregenen draait het om de afstemming van de gift op de gewasbehoefte en op de opnamecapaciteit van de grond. Verder is het zaak de uitspoeling van voedingselementen zo veel mogelijk te beperken door per keer niet meer water te geven dan strikt noodzakelijk. Ten slotte is een goede verdeling van het water over het perceel belangrijk, zodat het gewas de aangevoerde hoeveelheid water ten volle kan benutten. Op veel bedrijven is de efficientie van de watergift nog aanzienlijk te verbeteren. Belangrijk is te weten wanneer gestart moet worden met beregenen, hoe groot de gift moet zijn en of de grond vocht aanlevert door capillaire opstijging. Dat laatste is medeafhankelijk van de grondwaterstand gedurende het groeiseizoen. Verder moet bekend zijn hoeveel millimeter per uur gegeven wordt en hoe het gesteld is met de verdeling van het water. Hoeveel water de grond kan vasthouden, hangt af van de grondsoort en de dikte van de bewortelingszone. Hoeveel vocht werkelijk beschikbaar is, hangt mede af van de grondwaterstand. Zit het grondwater diep, doordat vanuit de ondergrond water aan de bewortelingszone wordt onttrokken, dan is er minder beschikbaar voor de planten.Het verschil in bewortelingsdiepte tussen gewassen is aanzienlijk. Kropsla en aardbeien wortelen minder diep dan prei en asperge en deze gewassen hebben een dunnere laag grond beschikbaar om in hun vochtbehoefte te voorzien. Om te weten hoeveel vocht beschikbaar is, kan bepaald worden hoeveel vocht de grond maximaal kan vasthouden (Vmax) en tot hoever de grond mag uitdrogen om een goede gewasgroei in stand te houden (Vstart). Anders gezegd: het verschil tussen Vmax en Vstart is het aantal millimeters vocht dat beschikbaar is voor opname door het gewas en verdamping via gewas en bodem. De grond mag niet zover uitdrogen, dat gewasschade optreedt.Referentieverdamping eerste indicatieHoeveel vocht via het gewas en de bodem verdampt, hangt af van de aard van dit gewas, het ontwikkelingsstadium en de grondbedekking. Voor diverse gewassen zijn reductiefactoren bekend. Deze factor corrigeert de referentieverdamping (verdamping bij volle gewasbedekking) met een bepaald percentage. IJsbergsla bijvoorbeeld heeft 2 tot 3 weken na planten een grondbedekking van 10 tot 30 procent. Hier hoort een reductiefactor bij van 0,7 Ongeveer zeven weken na de start van de teelt is de grondbedekking toegenomen tot zo'n 70 procent, waardoor de reductiefactor voor de referentieverdampinjg stijgt naar 1. Dat betekent dat bij een referentieverdamping van 4 millimeter het gewas in het begin dagelijks 2,8 millimeter verdampt en later elke dag 4 millimeter. Aan de hand van de berekende hoeveelheid beschikbaar vocht in de bewortelingszone kan nagegaan worden wanneer weer beregend moet worden. Uiteraard moet de vochtaanvoer uit natuurlijke neerslag in deze berekening meegenomen worden.Tensiometer hulpmiddelOm een idee te krijgen van de beschikbare hoeveelheid vocht in de grond, kan een tensiometer goede diensten bewijzen. Dit eenvoudige instrument meet de vochtspanning in de grond en bestaat uit een onderdrukmeter, een kunststofbuis, een porseleinen cup en afdichtringen.Een tensiometer meet de zuigkracht waarmee het in de grond aanwezige water vastgehouden wordt. Hierdoor ontstaat onderdruk in de buis. Deze onderdruk wordt aangegeven door de stand van de manometer. Dit is ook de zuigkracht die de wortel van een plant minimaal moet uitoefenen om het vocht aan de bodem te kunnen onttrekken. Belangrijk is wel dat de cup onder aan de buis nauw contact maakt met de grond. De vereiste plaatsingsdiepte is afhankelijk van de bewortelingsdiepte van de planten. De onderkant van de cup moet op een diepte worden gezet, waar 75 tot 80 procent van de wortels zich bevindt. Op de manometer kan afgelezen worden wanneer weer beregend moet worden.KADERSlim omspringen met waterStel vast hoeveel water de grond kan vasthouden. Meer water toevoegen, zal uitspoeling tot gevolg hebben.Voorkom dat het gewas te kampen krijgt met vochttekort. Droogtestress geeft naast groeistilstand ook vaak een toenemende gevoeligheid voor ziekten.Aan de hand van de referentieverdamping en correctiefactor is eenvoudig vast te stellen of en wanneer beregenen nodig is. Een manometer geeft een idee van de hoeveelheid nog voor het gewas beschikbare vocht. Plaats deze meter correct, door de porseleinen cup goed in te sluiten met grond en op een correcte diepte.

door Redactie GFActueel laatste update:23 dec 2008

Gerelateerde tags

reageer

Of registreer je om te kunnen reageren.