Fruit

Nieuws 859 bekeken laatste update:24 apr 2017

Vorst heeft fruit op sommige plekken flink geraakt

De omvang van de schade die de nachtvorst in het begin van deze week heeft gegeven wordt pas over een week of twee duidelijk. Zeker is wel dat sommige telers flink getroffen worden. Telers in Zeeland en vooral in Limburg hebben schade.

In de Zuid-Limburgse de appel- en steenfruitboomgaarden is 70 tot 80 procent van de bomen geraakt, zo schat Sjaak Walraven, NFO-voorzitter in Limburg. Beregenen is lastig doordat voldoende water vaak ontbreekt. Er wordt gewerkt met vuurpotten en met frostbusters om te voorkomen dat de lucht rondom de bomen tot onder nul zakt. Vaak met matig resultaat.

Zoveelste tegenvaller

Behalve dat het niet meevalt om de lucht meer dan 2 á 3 graden op te warmen, speelde ook de oorzaak van de temperatuurdaling parten: door de afwezigheid van een wolkendek was er veel uitstaling van warmte. Dat is in het voorjaar een vaak voorkomende oorzaak voor nachtvorst. Daar kwam deze week bij dat er ook erg koude lucht werd aangevoerd uit het oosten en noorden. In de winter is dat meestal de hoofdaanjager voor (nacht)vorst.

Een ander punt is dat de bestuivers deze week weinig activiteit vertonen door de aanhoudend matige temperaturen. “Dat komt er ook nog bij”, stelt Walraven. “Voor de telers die zijn getroffen is het een stevige tegenvaller die volgt op een aantal jaren waarin het ook al niet best was.” Vorig jaar hadden de telers meermalen te kampen met hagel. In 2014 en 2015 waren de oogsten wel goed, maar met dramatische prijzen. “Voor sommige bedrijven kan zo’n opeenstapeling van tegenvallers uiteindelijk te veel zijn.”

Bruine gloed

NFO/ZLTO-bestuurder Rien van ’t Westeinde vreest dat ook in Zeeland de gewasschade op sommige plekken behoorlijk is. Anders dan in Limburg loopt de schade in Zeeland plaatselijk erg uiteen door het effect van het omringende (zee)water. Op zijn bedrijf in Nisse, in de zak van Zuid-Beveland, ging de temperatuur onderuit tot 3,7 graden onder nul. Op andere plekken vroor het nauwelijks.

In zijn peren vindt Van ’t Westeinde op veel plekken tot op zo’n anderhalve meter hoogte zwarte pitten. “We spuiten nu gibberelline en ureum, als een oppepper voor de bomen. Zo proberen we de gevolgen te beperken, peren kunnen ook doorgroeien zonder pit. Ik heb ook een perceel Junami, tegen de bloei aan. Daar ligt een bruine gloed overheen, de kelkblaadjes zijn verkleurd. Daar zit schade in, maar hoeveel is nog niet precies te zeggen.”

Of registreer je om te kunnen reageren.